Opbouw opleiding
In het programma staan kennisoverdracht, het begeleiden van leerprocessen en het werken in een educatieve omgeving centraal. In de contactbijeenkomsten staan werkcolleges centraal. Deze bestaan uit het geven van instructie, samenwerkend leren en zelfstandig leren. Gedurende de opleiding worden een aantal studieopdrachten besproken en uitgewerkt. De resultaten daarvan worden vastgelegd in een portfolio. Gedurende het opleidingstraject ontwikkel je op deze manier je eindportfolio.
De cursus bestaat uit vier perioden (arrangementen) van ongeveer 8 weken en een (oriënterende) stage van 40 uur, verspreid over de cursusperiode. De cursus kent een vaste contactavond per week.
De vier arrangementen kennen een studiebelasting van elk 100 uur, waarvan ongeveer 65 uur voor de contactavonden en bijbehorende individuele studieactiviteiten.
Ongeveer 35 uur is gereserveerd voor zelfstandig werk en literatuurstudie.
Als rode draad door de cursus loopt de (oriënterende) stage. Deze stage omvat minimaal 40 uur. De arrangementen kennen de volgende inhoud:
Arrangement 1: De startende onderwijsgevende
Onderwerpen die aan de orde komen zijn bijvoorbeeld:
- Leerstijlen
- Leiderschapsstijlen
- De deelnemer in het beroepsonderwijs
- De school als organisatie
- Het Nederlandse onderwijssysteem
Arrangement 2: Werken met cursisten
Onderwerpen die aan de orde komen zijn bijvoorbeeld:
- Didactische ontwikkeling
- Voorbereiding, uitvoering en evaluatie van onderwijs
- Leerstrategieën
- Doelgroepen in het beroepsonderwijs
Arrangement 3: De krachtige leeromgeving
Om je kerntaken als onderwijsgevende goed te kunnen vervullen, moet je verschillende leeromgevingen kunnen herkennen, analyseren en gebruiken. Doel daarvan is een optimale leeromgeving te realiseren.
Arrangement 4: De begeleider/coach
In dit arrangement staat de coaching van cursisten centraal. Het gaat om begeleidingsstijlen en het trainen van coachingsvaardigheden en gesprekstechnieken. Maar ook om inzichten in het systeem van cursistenbegeleiding in het beroepsonderwijs.
Arrangement 5: de onderwijspraktijk
In dit stagearrangement leer je aan de hand van opdrachten de verworven kennis, inzichten en vaardigheden in de onderwijspraktijk toe te passen. De praktijkgerichte opdrachten stimuleren tot interactie met cursisten en tot het functioneren in een educatieve omgeving.
De cursus wordt afgesloten met een individueel portfoliogesprek.
Je komt voor certificering in aanmerking bij een voldoende beoordeling van het eindportfolio, van de onderwijspraktijk en van de presentaties die je gedurende de opleiding hebt uitgevoerd.
Wat kan ik ermee?
De opleiding kan in principe op een drietal niveaus worden gevolgd en afgesloten. Ze creëert daarmee aansluitingsmogelijkheden op de (vervolg)opleidingen zoals die onder meer voor het middelbaar beroepsonderwijs (BVE-sector) bestaan. Te denken valt dan aan de opleiding voor onderwijsassistent, instructeur of de MBO-docent.
De cursus leidt op zich niet tot een onderwijsbevoegdheid of -bekwaamheid, maar biedt dus wel doorstroommogelijkheden naar andere, op het beroepsonderwijs gerichte, opleidingstrajecten.
Ook leidt een certificaat van deze oriënterende cursus tot EVC’s voor studenten die een tweedegraads lerarenopleiding kiezen als vervolgtraject.
